Ratelslang

Op twintig minuten rijden van ons huis in hartje Las Vegas, loop je de wildernis in. Sloan Canyon heet het beschermde, 200 km² grote natuurgebied. Het hoort bij Henderson, een voorstad van Las Vegas. Waar de laatste, nieuw gebouwde villa’s van Henderson ophouden, begint het wilde heuvellandschap. Sloan is Gaelisch voor strijder. Een Gaelische naam voor een woestijngebied? Als je de cactussen wegdenkt hebben de grillig gevormde bergen en de opgedroogde meren die in de lente met een groen tapijt en wilde bloemen bedekt zijn, wel iets van de ruige binnenlanden van Schotland.

In april wandelden we voor het eerst in dit landschap van lang gestorven vulkanen. Om ons heen strekten bloemen in alle kleuren zich uit naar de achter de wolken schuilgaande zon. Nu, half mei, waren de meeste bloemblaadjes al weggevoerd door de wind, maar de rust en stilte gaven het gebied nog steeds wat betoverends. Op een hardloper na kwamen we niemand tegen.

We liepen dezelfde route als een maand eerder: een kilometer of acht, klimmend en dalend over meanderende paden, langs planten en struiken met namen als brittlebush, desert trumpet en fiddleneck. Kleine hagedisjes schoten voor onze voeten weg. Soms hoorden we een fluitend geluid als treurduiven opvlogen en over ons heen scheerden. Flycatchers, zangvogeltjes die in het Nederlands ‘tirannen’ heten, hapten insecten genadeloos uit de lucht.

Af en toe stopten we om een familie van helmkwartels, met vaak wel twaalf kuikens in het kielzog, te laten passeren. Paniekerig schoten de kleine bolletjes, die nog moeten leren geordend in een rijtje te lopen, alle kanten uit. Het duurde lang voordat de zenuwachtige ouders hun kroost weer bij elkaar hadden. En in de woestijn loert constant het gevaar…

Wij waren ons niet bewust van enig gevaar. Hand in hand struinden we voort. We bespraken een documentaire die we onlangs hadden gekeken. Een Ierse priester (Malachi Martin) die in de vorige eeuw uit naam van God duizenden duivelsuitdrijvingen deed, kreeg die duivel niet verdreven uit een vierjarig meisje. Niet lang na de mislukte uitdrijving, viel de 78-jarige priester in zijn huis in New York van een trapje. Een onzichtbare kracht, de duivel in het kleine meisje, zou hem van het trapje geduwd hebben, wist hij nog te vertellen voordat zijn hoofdletsel hem fataal werd.

Terwijl we druk in gesprek waren over het uiterst tragische lot waardoor de man getroffen werd, hoorden we plotseling een luid geratel. Net na een bocht, op anderhalve meter voor ons richtte een grote slang zijn ratel op en keek ons venijnig aan. “Snake!” riepen wij en maakten rechtsomkeert. Waarbij wij over elkaar heen struikelden en op drie meter van de slang hard tegen de grond sloegen. Scherpe stenen boorden zich in ons vlees en bebloed hezen we ons overeind. Inmiddels was de ratelslang beleefd voor ons aan de kant gegaan. Hij lag niet meer op het pad, maar ernaast.

In een grote bocht strompelden we langs de slang, onze route vervolgend. Hadden we tot de orde van Malachi behoord, dan hadden we dit als een teken van de duivel gezien, omdat we om Malachi’s lot gelachen hadden.  We vermanden ons, bedankten de Schepping voor het bestaan van de ratel – een geweldig alarmsignaal – en namen ons voor Sloan Canyon voorlopig te vermijden.  Het was hier niet voor niets zo rustig; de bordjes bij de ingang waarschuwden voor rattlesnakes. Dit was Schotland niet.

All rights reserved © 2018 Dutch Vegas Life / Mayke Kranenbarg